© Uitgeverij HetMoet 2019

De zachte krachten zullen zeker winnen

cover zachte krachten .jpg

Paperback,  stofomslag met

flappen, 120 blz.
€ 22,50
ISBN 9789083018300

Henriette Roland Holst (1869-1952) was de belangrijkste Nederlandse politica en dichteres van de eerste helft van de 20e eeuw. Zij was een onvermoeibare stuwende kracht achter de socialistische beweging, vertegenwoordigde Nederland op internationale congressen, hield toespraken en schreef studies, artikelen, lekenspelen en gedichten. Ze was afkomstig uit een welgesteld Noordwijks notarisgezin en werd als vrouw niet geacht zich in kunst of politiek te begeven, maar ontwikkelde zich al snel tot een gelauwerde dichteres en een bevlogen communiste. Op haar landgoed De Buissche Heide bij Zundert en bij internationale congressen ontmoette zij iedereen die ertoe deed in de literatuur, de kunsten en de progressieve politiek, van dichter-socialist Herman Gorter, kunstenaar Jan Toorop en architect H. P. Berlage tot revolutionair socialisten Rosa Luxemburg en Leon Trotski. De versregel ´De zachte krachten zullen zeker winnen´, afkomstig uit een van haar sonnetten, is een gevleugelde uitspraak geworden. De gedichten in deze bloemlezing worden geflankeerd door contemporaine en nieuwe portretten en toegelicht met fragmenten uit haar autobiografie en de gezaghebbende biografie door Elsbeth Etty. Deze bundel maakt het dichtwerk van Henriette Roland Holst opnieuw toegankelijk voor een modern publiek.

HRH.jpg

Fragment uit De zachte krachten zullen zekker winnen

‚Äč

De zachte krachten zullen zeker winnen

in ’t eind – dit hoor ik als een innig fluistren

in mij: zoo ’t zweeg zou alle licht verduistren

alle warmte zou verstarren van binnen.

 

De machten die de liefde nog omkluistren

zal zij, allengs voortschrijdend, overwinnen,

dan kan de groote zaligheid beginnen

die w’als onze harten aandachtig luisteren

 

in alle teederheden ruischen hooren

als in kleine schelpen de groote zee.

Liefde is de zin van ’t leven der planeten

en mensche’ en diere’. Er is niets wat kan storen

’t stijgen tot haar. Dit is het zeekre weten:

naar volmaakte Liefde stijgt alles mee.

 

 

 

 

Opgang, III

Uit: Verzonken grenzen