Mijn Liederen

Mordechai_edited.jpg

Tweetalige editie 

vertaling: David Omar Cohen
Paperback met flappen, 32 blz.

Handgebonden

€ 15,00
ISBN 9789083018362

Mordechai Gebirtig (4 mei 1877 - 4 juni 1942) geldt als een van de klassieke Joodse volksdichters, wiens liederen overal ter wereld worden gezongen. Hij dichtte over verlangen naar vervlogen dagen, de onvrede van werkelozen, het lot van weeskinderen en het lijden van het Joodse volk in de dagen voor en tijdens de Sjoah. Uit zijn teksten spreekt de geest van een verbinder bij uitstek: hij spoorde zijn volk aan in actie te komen tegen de terreur (Het brandt), bijeen te blijven in hoop en dapperheid (Momenten van vertrouwen) en zich niet uiteen te laten drijven door onderlinge verschillen (Kom, Lejbke, dansen): 'Je mag zijn wie je bent, zionistisch-fervent, of een Boendsman, wat maakt dat nou uit? Ieder -isme verdwijnt, zelfs de vroomste rabbijn komt pas na de tango thuis.'

David Omar Cohen (1994) studeerde Duits en Klassieke Talen aan de Universiteit van Amsterdam een deed een promotie-onderzoek naar de talige karakterisering in drie Oudgriekse tragedies aan de Humboldt-Universität zu Berlin. Hij vertaalde eerder een verhalenbundel van Nicos Panayotopoulos uit het Nieuwgrieks en werkt aan een vertaling van Nikos Kazantzakis' epos De Odyssee: een modern vervolg. Jiddisj leerde hij in Berlijn op een zomerprogramma van het Maison de la culture Yiddish in Parijs.

david.jpg

Fragment uit Mijn Liederen

בטחון 

 

minoetn foen bitochn

jidn, zol zajn frejlech,

sjojn nisjt lang, ich hof,

s’ekt bald di milchome,

es koemt bald zejer sof.

frejlech! nor nisjt zorgn,

oen nisjt aroemgejn trib,

hot gedoeld, bitochn,

oen nemt alts on far lib.

 

nor gedoeld, bitochn,

nisjt lozt arojs foen hant,

oentser alt klej-zajen,

wos halt oendz gor banand.

hoeljet, tanst, taljonim,

sjojn nisjt lang, ich hof!

gewen amol a homen,

es wart af ajch zajn sof!

 

hoeljet, tantst, taljonim,

lejdn ken a jid,

s’wet di sjwerste arbet

oendz kejn mol machn mid.

kern? zol zajn kern,

kol-zman ir wet zajn,

iz oemzist dos kern,

s’wet do nisjt wern rejn!

 

wasjn? zol zajn wasjn,

keïns rojter flek,

hevels bloet foen hartsn,

dos wasjt zich nisjt awek!

trajbt oendz foen di dires,

sjnajdt oendz op di berd:

jidn! zol zajn frejlech,

mir hobn zej in dr’erd!

Momenten van vertrouwen

 

Joden, wees maar vrolijk,

want dat zijn wij verplicht,

de oorlog duurt niet lang meer,

hun einde is in zicht.

Vrolijk, zonder zorgen

hoezeer men ons ook grieft,

heb geduld, vertrouwen,

neem alles maar voor lief.

 

Heb geduld, vertrouwen,

en zorg dat je steeds bouwt

op ons oude wapen

dat ons nog samenhoudt.

Feest maar, dans maar, beulen:

de vrede is nabij!

Zeg, kennen jullie Haman?

Jullie eindigen als hij!

 

Feest maar, dans maar, beulen:

vertrouw ons de pijn maar toe!

Zelfs het zwaarste zwoegen

maakt een Jood nooit moe.

Vegen? Goed, wij vegen,

maar als jullie er nog zijn

heeft het vegen weinig zin:

het wordt hier heus niet rein!

 

Wassen? Goed, wij wassen,

maar Kaïns rode vlek,

en Abels hartenbloed

dat was je niet snel weg!

Drijf ons uit de huizen,

kom, scheer ons maar kaal:

Joden, wees maar vrolijk,

lak aan hen allemaal!

 © Uitgeverij HetMoet 2019-2021