Het is altijd liefdesuur bij P.C. Boutens

Jan van Damme 23-06-20, 07:00

Mario Molegraaf

Van bijna alles is er genoeg, en soms zelfs te veel. Herrie en hondendrollen, bakfietsen en brompotten. Maar ook veel mooie, begeerlijke dingen zijn er in veelvoud, en dus vervangbaar. Alleen dat ene niet, jouw leven, mijn leven, eenmalig. Door dat besef lijkt de poëzie van P.C. Boutens te zijn ingegeven. Op zijn Haagse graf staat: ‘En alleen is leven leven/ als het tot den dood ontroert’. Deze slagzin om zuinig te zijn op ons ene leven vormt het slot van zijn gedicht ‘Goede dood’. De dood maakt het belang van het leven duidelijk: ‘Alle schoon dat de aard kan geven,/ Blijkt een pad dat tot u voert’.

Natuurlijk staat dit gedicht in de elegant uitgevoerde bloemlezing uit Boutens’ poëzie ‘Glanzende geheimenis’, samengesteld door voordrachtskunstenaar Simon Mulder. Marco Goud, biograaf van Boutens, schreef een voorwoord. De in 1943 overleden dichter werd in 1870 geboren te Middelburg. Met recht zei hij ‘van huis een Zeeuwsche jongen’ te zijn, niet alleen vanwege de plaats waar hij werd geboren en opgroeide, maar ook vanwege werk als ‘Domburgsch uitzicht’, in deze uitgave opgenomen. Aanleiding voor het verschijnen is zijn honderdvijftigste geboortedag en een Haags Art Nouveau Festijn.

Art Nouveau is de stijl van ingewikkeld gebogen vormen. Op zoiets stuit je ook bij Boutens, de meester van meanderwendingen als ‘Door versten droom niet afgezocht,/ Die steilden uit alomme zeeëspreien’ en ‘Een zaligheidbelovende oogenstraal/ Den diepen spiegel in de zieleschaal’. Zoveel extatische kronkels dat je bijna de ontnuchterende waarheid achter de poëzie niet ziet. De pijn van vergeefs en verboden verlangen: ‘Daar is niet éen die eenzaam gaat als ik,/ en geen der andren draagt zijn harts geheim’.

De pijn én de vreugde van de liefde, zoals beleden in het prachtige ‘Liefdes uur’. Bij ‘de blanke dageraad’, of wanneer ‘de zon genaakt de middagsteê’, of bij het ‘rosse goud’ van de avond, het is altijd liefdesuur bij P.C. Boutens, de eeuwige liefde die het eenmalige leven zijn zin verleent.

Glanzende geheimenis. Een keuze uit de gedichten van P.C. Boutens door Simon Mulder. Met een voorwoord van Marco Goud – 48 pag./15,- euro, Uitgeverij HetMoet. Zie ook de podcast op www.feestderpoezie.nl

Van de samenstellers

 

De zachte krachten zullen zeker winnen in ’t eind – zo begint het bekendste gedicht van Henriette Roland Holst-Van der Schalk. Een bijzondere en onderbelichte vrouw, die aan de wieg van het internationaal revolutionair socialisme in Nederland stond, een grote rol speelde bij de Spoorwegstaking van 1903 en de socialistische revolutie in 1918, en die vanaf begin vorige eeuw tot haar dood in 1952 algemeen beschouwd werd als de belangrijkste dichteres in het Nederlandse taalgebied. Haar werkend leven, dat verweven is met andere beroemde dichters en politici uit die tijd – van Albert Verwey en Herman Gorter tot Rosa Luxemburg en Leon Trotski - omspande een ruime halve eeuw van grote hoogtepunten en vergezichten naar een heerlijke toekomst tot vertwijfeling, diepe tegenslag en de zwartste bladzijden uit onze geschiedenis.

Zij vocht zich als onopgeleide Noordwijkse notarisdochter een weg uit haar achtergrond en koos in een tijd dat dat voor vrouwen niet gebruikelijk was voor een carrière als dichteres, om na haar intrede in de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (sdap, voorganger van de Partij van de Arbeid) daar een carrière als politica aan toe te voegen. In haar gedichten deelt ze haar vreugde over het vinden van het socialisme, de natuur op haar landgoed De Oude Buissche Heide nabij Zundert, en haar hoop op verbetering van het lot van miljoenen onderdrukten; maar ook haar strijd om deze nieuwe levensinvulling vorm te geven, haar teleurstelling over de partijscheuringen binnen de progressieve beweging, en vertwijfeling over haar vaak eenzame positie als vrouw in politiek en cultuur op het breukvlak van twee eeuwen, en haar terugkeer tot het christelijk geloof.

Roland Holst ondervond in hoge mate dezelfde problemen, angst en hoop als wij nu, omdat zij evenals wij in een tijd van onthutsend snelle technologische en maatschappelijke verandering leefde. De kwesties die ons nu bezighouden – een eerlijke verdeling van inkomen in de maatschappij, dekolonisatie, vegetarisme en geheelonthouding, natuurbehoud, vrouwenrechten, maatschappelijk engagement in de literatuur en een verlangen naar zingeving buiten de gebaande paden – hielden ook haar al bezig, inmiddels meer dan een eeuw geleden.

 

Het dichtwerk van Henriette Roland Holst is al decennia niet meer in druk verschenen. Onterecht, vinden wij. Daarom hebben wij ter gelegenheid van haar 150e  geboortejaar deze bloemlezing samengesteld; de bundel is in het najaar van 2019 op verschillende plaatsen gepresenteerd met een podiumprogramma door Stichting Feest der Poëzie, waarin voordracht, muziek, film en theater van en rondom Henriette Roland Holst. We hebben gepoogd zowel haar bekendste gedichten op te nemen als werk dat haar levensgang illustreert. Omdat het poëtisch oeuvre van Roland Holst vaak tijd- en contextgebonden is, hebben we de gedichten gepaard met contemporaine en nieuwe portretten en citaten uit haar autobiografie Het vuur brandde voort en uit Liefde is heel het leven niet, de biografie van de hand van Elsbeth Etty. Deze, zo hopen wij, maken de gedichten toegankelijk voor een modern publiek. Daarbij hebben we, om de oorspronkelijke kleur van haar gedichten te behouden, wel de oorspronkelijke spelling aangehouden.

Simon Mulder en Elte Rauch -

 © Uitgeverij HetMoet 2019-2020