Het zweet stroomt

Bijgewerkt op: okt 19

Nadia de Vries


Beluister hier hoe Nadia haar eigen Mammoetje voorleest:


‘Ik kan je niet meer zien,’ zei hij.


Het was een onverwachte uitspraak. Ik had net een olijf in mijn mond gestopt, een bijzonder vlezige die me deed smakken, wat mijn positie op dat moment niet ten goede kwam.


Hij keek even weg voordat hij verder ging.


‘Ik wil de komende tijd op mezelf zijn. Het is nodig om op een paar belangrijke punten aan mezelf te werken. En het is niet goed voor me als ik nu met iemand samen ben. Ik ga een ingrijpende periode tegemoet. Ik heb stilte nodig, en rust, vooral.’


Een ingrijpende periode, dat klonk heftig. Ik vroeg me af of hij misschien ziek was. Ja, het kon niet anders, hij moest een ernstige ziekte hebben waaraan hij mogelijk zou sterven. Maar waarom zou hij alleen willen zijn als hij mogelijk zou sterven? Wie zou zijn hand vasthouden tijdens de behandeling? Wie zou hem het nierbekken van wegwerpkarton aanreiken wanneer hij kotsen moest? Precies – ik.


Drie weken geleden hadden we elkaar via een app ontmoet. Op mijn profiel had ik gezegd dat ik niet op zoek was naar iets serieus, hij had vermeld dat hij geen onenightstands wilde. In het grijze gebied troffen we elkaar. Eerlijk is eerlijk: in liefde op het eerste gezicht geloof ik niet, maar dit kwam er wel akelig dichtbij!


Sinds we elkaar hadden leren kennen hadden we maar liefst drie films gezien samen, waarvan twee in de bioscoop. Mijn beste vriendin had hij al ontmoet, per ongeluk, toen we chips haalden bij de avondwinkel voor de ene film die we bij mij thuis keken. Aan zíjn vrienden zou hij me nog voorstellen, zei hij. We hadden plannen om een keer een dagje naar het strand te gaan. Ik had mijn lenzenvloeistof al bij hem in de badkamer gezet.


En nu was er afstand.


‘Ben ik dan niet lief voor je geweest?’ vroeg ik hem. ‘Vind je me niet aantrekkelijk genoeg?’


‘Jawel. Maar daar gaat het nu niet om. Dit is gróter dan dat.’


Ik hoefde geen details te weten. Het was een verloren situatie, ik kon het zien aan zijn gezicht en horen aan zijn dictie. Ik moest een stap terug nemen. Afscheid nemen. Misschien wel voorgoed!


Het moest allemaal nog even bij me inzinken. Dat we nooit samen in een tent zouden liggen. Dat hij nooit een foto van me zou maken op een berg. Dat we nooit ziek zouden worden van dezelfde oester. Over een tijdje zou ik zelfs zijn stem vergeten.


Er moest gerouwd worden.


Over het algemeen ben ik een strategisch mens. Ik ben het type dat haar leven zorgvuldig uitkient. Als ik op vakantie ga, neem ik pleisters en een fluitje mee. Als ik een verlies te verduren krijg, geef ik mijzelf voldoende ruimte om dat te verwerken.


(Mijn hielen zullen niet bloeden, mijn lijk zal niet gevonden worden op een snelweg richting Côte d’Azur.)


‘Mag ik een trui van je hebben?’ vroeg ik.


In zijn ogen las ik scepsis. Zijn stem was een octaaf hoger toen hij antwoordde.


‘Een trui? Waar heb je die in godsnaam voor nodig?’


‘Om te rouwen. Zie je, dit is allemaal nogal onverwacht, en om de schok te boven te komen wil ik een object om me aan vast te houden. Zodat ik afscheid kan nemen van ons, van het idéé van ons, op een tempo dat voor mij goed voelt. Ja, ik zie je fronsen, maar het is geen onzin. Ik heb hier eens over gelezen in een blad dat in een wachtkamer lag. Het is een beproefde techniek. Ze noemen het continuing bonds.’


Continuing bonds.’


‘Ja. Dat is de theorie waarop ik een beroep doe. Voor het rouwen.’


‘Oké... Laat me er even over nadenken.’


Hij verdween naar het toilet. Hij bleef er lang. De eerste terrassen gingen al sluiten, ook al was de zon nog lang niet onder. Het waren de hondsdagen. Er hing zwoelheid en wanorde in de lucht. Voor mijn gemoedsrust maakte ik de olijven op.


Toen hij terugkwam had hij de bon b