Trauerarbeit

Bijgewerkt op: 4 dagen geleden

Michaël Van Remoortere – for my Scissor Valley family


Beluister hier hoe Michaël zijn eigen Mammoetje voorleest:


Pourtant je vis depuis longtemps déjà avec l'impressions d'avoir trop vécu; j'imagine que c'est à cause de ça que le besoin d'écrire est si profond.

Édouard Louis – Changer: méthode


I.

Op zoek naar iemand die mij ervan zou kunnen overtuigen dat ik nog besta

Dag op dag een jaar geleden heb ik mij laten opnemen in een psychiatrische ontwenningskliniek. Over mijn verblijf aldaar, en over de onderliggende redenen van mijn problematiek, zoals men dat pleegt te noemen, schreef ik eerder al. Waar ik het hier over wil hebben, is het werk – en zoals altijd hebben de Duitsers daar een specifiek woord voor – dat pas na mijn ontslag aanving. Enkele weken terug heb ik immers de laatste therapiesessie van mijn opvolgingstraject afgerond. Met alle gevoel voor dramatische spanningsbogen en symbolische betekenissen die een schrijver, misschien ondanks zichzelf, niet kan nalaten in zijn eigen leven te ontbloten, lijkt het alsof er iets ten einde is gekomen. Wat dat iets is, daarover gaat dit essay.


Laat mij beginnen vast te stellen dat het goed met mij gaat. En nog belangrijker: ik wantrouw ook niet meer dat het goed met mij gaat. Ik weiger te denken in zinsneden als dat ik al het goede wat mij het afgelopen jaar overkomen is, verdiend zou hebben – dat zou lijken te impliceren dat alles wat ervoor kwam ook verdiend geweest zou zijn. Of ik zou vast komen te zitten in de filosofisch onhoudbare patstelling dat al het goede wat iemand overkomt verdiend, en al het slechte dan weer onverdiend zou zijn. Ik heb enorm veel geluk gehad, maar ik heb ook heel wat zaken weten af te dwingen door een combinatie van bluf en intuïtie, waarvoor ik zelf niet met de eer wil strijken. Geluk bestaat misschien altijd grotendeels uit bluf en intuïtie.


Mijn grootste geluk bestaat zonder meer uit de geografische plaats waar ik bijna dertig jaar geleden het leven ingeworpen werd. Ik kan het belang van de vanzelfsprekendheid van sociale zekerheid in mijn geboorteland niet overschatten. Een vanzelfsprekendheid die trouwens steeds meer onder druk komt te staan door de uit de hand gelopen vermarkting van wat wij toch halsstarrig het humanisme moeten blijven noemen. De boutade dat meten weten is, gaat voorbij aan het feit dat met dat meten niets begrepen wordt. Een cijferfetisjisme waarachter de politieke klasse haar incompetentie kan verhelen. De begroting moet kloppen en de burger betaalt hiervoor met zijn leven(skwaliteit). Als we, met Oscar Wilde, cynisme definiëren als de houding die van alles de prijs pretendeert te weten, maar van niets de waarde, dan leven wij in de meest cynische aller tijden. Niets is zo goedkoop en heeft tegelijk zo'n hoge kostprijs als cynisme.


Als (gesjeesd) student filosofie was ik hier altijd reeds van overtuigd. Maar ik begreep de consequenties er pas van toen ik afgelopen zomer twee maanden in Los Angeles verbleef. Wat ik daar op straat aan tentenkampen moest aanschouwen tartte al mijn verbeelding. City of Angels? City of Crackheads. Had mijn verhaal zich daar afgespeeld, dan was het waarschijnlijk eveneens geëindigd in de onverstaanbaar geschreeuwde gebeden die door de verlaten straten van Skid Row weergalmen. Ik zag een man die, uitzinnig van wat naar ik vermoed wanhoop was, probeerde zijn geliefde onder een bus te duwen, waarna zij, doodgemoedereerd, opstond en achter hem aan weer hun tent inkroop. Ze gebruikten een badhanddoek van Elsa uit Frozen als deurgordijn. Sindsdien is the American Dream voor mij het portret van een sneeuwwitte ijskoningin waarachter mensen liggen te creperen. Het is bang afwachten tot zij ook in de straten van het Oude Continent zal opduiken.


Want je kunt het niet alleen. Ik heb het in ieder geval niet alleen hoeven doen. De tijden waarin voor de zorgsector geapplaudisseerd werd liggen, nu van ons verwacht wordt zelf weer verantwoordelijkheden te nemen, ver achter ons; maar ik wens iedereen, zelfs degenen die hun eigen enge definitie van vrijheid boven het welzijn van anderen plaatsen, wanneer zij het nodig hebben, de hulp en zorg toe die ik heb mogen ontvangen. Hulp van medicinale, psychologische en religieuze aard. Want een van de onbezongen helden van mijn verhaal is de pastoraal medewerker die iedere week enkele uren in haar overbezette agenda wist vrij te maken om samen met mij de twijfels, waaraan ik ten gronde dacht te gaan, helderder verwoord te krijgen. Mijn verhaal is altijd ook een verhaal van het weer onder controle krijgen van de taal.


II.

My Scissor Valley family

Het gaat goed met mij en ik kan het zelfs beargumenteren. I’ve got the receipts. Ik heb het afgelopen jaar meer fantastische mensen mogen ontmoeten dan de sociaal onhandige en extreem verlegen introvert die ik ben ooit voor mogelijk had gehouden, onder wie – en ik wik hier mijn woorden, aangezien hij dit ook zal lezen (hoewel hij, nu nog, in dezelfde kamer waar ik dit neerschrijf, aan het slapen is) – de liefde van mijn leven. In het kielzog van dit wonder spoelde er een bont ratjetoe malloten aan in wier midden ik, nogal meewarig tegenover een begrip als familie staand, de kans heb gekregen mezelf te hullen in de gewaden van een frivool zusterschap dat ik voorheen niet kende. Ballonen als ersatzborsten incluis. De uitverkoren familie waarvan in de gelijkgeslachtelijke popcultuur zoveel sprake is.


Ook professioneel heb ik meer kansen gekregen om mijn talenten te ontwikkelen dan iemand had durven dromen die zich verre wil houden van de machtsspelletjes en het gekrakeel achter de schermen van de kunstwereld. Meer dan ooit zag ik mezelf door mijn omgeving bevestigd, zelfs in domeinen van de kunst waarin het nooit mijn ambitie was geweest werkzaam te zijn. Het ging zelfs zover dat ik in mijn laatste therapiesessie tot de vaststelling moest komen dat ik in het bezit leek van iets wat ik genoodzaakt zag te benoemen als eigenwaarde. In het vakjargon van de sociale media ben ik wat ze #blessed noemen.


Maar er is ook veel gebeurd wat zich niet leent tot sociale media snoeverij. Ik heb het afgelopen jaar enorm veel gerouwd. Om vriendschappen die niet bestand bleken tegen de onhandelbaardere kanten van mijn persoonlijkheid. Om het ideaal van een familie – een ideaal dat ik dus ironisch genoeg op een andere manier, in een andere, onverwachte omgeving in de praktijk zou brengen. Wat niet wegneemt dat ik de gangbaardere invulling ervan moest opgeven, en daarmee ook de verwachtingen die ik mij eigen gemaakt had en die ik, in de hoop op erkenning, vruchteloos probeerde na te streven.